De (voorlopige) forfaitaire rendementspercentages, het heffingsvrije vermogen en andere bedragen voor box 3 in 2026 zijn bekend. Waar […]
De bij het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi) per 1 januari 2022 naar 8% verhoogde belastingrente voor de vennootschapsbelasting is onverbindend omdat de desbetreffende bepaling van het Bbi in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Als gevolg hiervan moet die bepaling buiten toepassing blijven. Dat heeft de Hoge Raad vorige week geoordeeld.
De zaak
Het belastingrentepercentage dat volgens het Bbi (een algemeen verbindend voorschrift) voor de vennootschapsbelasting geldt, is per 1 januari 2022 verhoogd naar het percentage van de wettelijke rente die in het burgerlijk recht geldt voor betalingsverplichtingen op grond van handelsovereenkomsten (de wettelijke handelsrente), met dien verstande dat het percentage ten minste 8 bedraagt. Voor andere belastingen waarvoor belastingrente in rekening wordt gebracht, geldt volgens het Bbi een lager rentepercentage.
Aan de belastingplichtige in deze zaak, een besloten vennootschap, is in verband met een voorlopige aanslag in de vennootschapsbelasting 8% belastingrente in rekening gebracht. De rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat de bepaling van het Bbi waarin deze verhoging van de belastingrente is geregeld, is vastgesteld in strijd met algemene rechtsbeginselen, in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank heeft de desbetreffende bepaling daarom onverbindend verklaard.
Omdat de uitspraak van de rechtbank tot veel bezwaarschriften van andere belastingplichtigen leidde tegen aan hen in rekening gebrachte belastingrente, heeft de Staatssecretaris van Financiën tegen die uitspraak rechtstreeks cassatieberoep bij de Hoge Raad ingesteld (zogenoemde sprongcassatie; daarbij wordt hoger beroep overgeslagen). De Staatssecretaris heeft voor die bezwaren een aanwijzing massaal bezwaar afgegeven. Daardoor bepaalt de uitkomst van deze cassatieprocedure ook rechtstreeks de beslissingen op die bezwaren.
Amicus curiae
Sinds medio 2021 kunnen de hoogste bestuursrechters, waaronder de belastingkamer van de Hoge Raad, in concrete rechtszaken inbreng vragen van externe ‘meedenkers’ . Vanwege de gevolgen die zijn uitspraak kan hebben voor anderen dan de partijen in deze procedure heeft de Hoge Raad ook andere bedrijven en organisaties de gelegenheid gegeven hun zienswijzen in te brengen. Voor de belastingkamer van de Hoge Raad is deze zaak de eerste waarin deze zogenoemde amicus-procedure is gebruikt. In totaal zijn 149 reacties ontvangen. De reacties zijn in geanonimiseerde vorm gepubliceerd (pdf, 482 kB).
Conclusie advocaat-generaal (AG)
De AG adviseerde de Hoge Raad op 1 oktober 2025 om de verhoging naar 8% van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting naar 8% onverbindend te verklaren omdat, kort gezegd, volgens de AG de besluitgever met deze verhoging de aan hem gedelegeerde bevoegdheid tot regelgeving heeft overschreden.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad stelt voorop dat de regel van het Bbi waarin de hoogte van het belastingrentepercentage is geregeld, binnen de ruimte blijft die de wetgever met de algemeen geformuleerde delegatiebepaling in de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen aan de besluitgever heeft geboden. De besluitgever is dan ook binnen de aan hem gedelegeerde regelbevoegdheid gebleven. Verder biedt de delegatiebepaling geen grond om aan te nemen dat de besluitgever het rentepercentage niet hoger mag vaststellen dan het door de Staat geleden rentenadeel.
Ook stelt de Hoge Raad voorop dat de rechtbank terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat het Bbi een algemeen verbindend voorschrift is dat niet is aan te merken als een wet in formele zin en dat de belastingrechter daarom kan en mag toetsen of een bepaling uit het Bbi in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel.
Zorgvuldige voorbereiding en motivering
Bij de toetsing van een algemeen verbindend voorschrift aan het beginsel van zorgvuldige besluitvorming en het beginsel van een deugdelijke motivering geldt het volgende, aldus de Hoge Raad. Indien het gaat om een fiscaal voorschrift dat een lastenverzwaring inhoudt, moet de belastingrechter bij de toetsing aan deze beginselen in de eerste plaats onderzoeken of de gerechtvaardigde belangen van de belastingplichtigen die daardoor worden geraakt, zijn meegewogen. In dit geval moet worden aangenomen dat de belangen van de betrokken vennootschapsbelastingplichtigen kenbaar zijn meegewogen. Bij de totstandkoming van de regeling in het Bbi is namelijk opgemerkt dat het kabinet begrip heeft voor het feit dat de verhoging van de rentepercentages door betrokken belastingplichtigen veelal als lastenverzwaring zal worden beleefd en dat het dan ook goed begrijpt dat het voorstel niet door iedereen als wenselijk wordt ervaren. Niettemin is het kabinet van mening dat verhoging van het belastingrentepercentage gerechtvaardigd is. De rechtbank is dan ook terecht ervan uitgegaan dat de verhoging van de belastingrente zorgvuldig is voorbereid en voldoende is gemotiveerd.
Evenredigheidsbeginsel
De rechtbank heeft het hogere belastingrentepercentage daarom terecht getoetst aan het evenredigheidsbeginsel als algemeen rechtsbeginsel. Bij de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel wordt als criterium gehanteerd dat de nadelige gevolgen van een lastenverzwaring voor de betrokken belastingplichtigen niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de doelen die met de desbetreffende regel worden gediend. Daarbij kan de rechter de geschiktheid, de noodzaak en de evenwichtigheid van de regel beoordelen. Indien bij de totstandkoming van een regeling politiek-bestuurlijke afwegingen zijn gemaakt, zoals bij de regeling van het verhoogde belastingrentepercentage, moet die toetsing inhoudelijk terughoudend zijn, aldus de Hoge Raad.
Uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat met de verhoging van het belastingrentepercentage een budgettair doel wordt gediend. De Hoge Raad heeft niet een ander doel daarvoor kunnen identificeren dat gewicht in de schaal kan leggen bij de beoordeling van de evenredigheid van dat hogere percentage specifiek voor de vennootschapsbelasting.
Een lastenverzwaring die geheel of overwegend op budgettaire motieven berust, komt in strijd met het evenredigheidsbeginsel als die hogere lasten zonder goede grond slechts bij één groep belastingplichtigen worden gelegd. Die groep wordt dan onevenredig getroffen. Het evenredigheidsbeginsel loopt in zoverre parallel met het gelijkheidsbeginsel. In dit geval moet daarom – met de nodige terughoudendheid – worden onderzocht of de besluitgever zonder goede grond de belastingrente alleen bij belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting heeft verhoogd tot 8%. Hierbij geldt dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting en belastingplichtigen voor andere belastingen met het oog op de berekening van belastingrente moeten worden beschouwd als gelijke gevallen.
De Hoge Raad heeft geen gronden kunnen vinden die het hogere belastingrentepercentage voor alleen de vennootschapsbelasting zouden kunnen rechtvaardigen. Voor de selectieve renteverhoging voor vennootschapsbelastingplichtigen ontbreken dus redelijke rechtvaardigingsgronden, aldus de Hoge Raad. Met de verhoging van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting is een lastenverzwaring doorgevoerd waardoor extra lasten op het gebied van belastingrente zonder goede grond bij slechts één groep belastingplichtigen worden gelegd. Daarom is de desbetreffende bepaling van het Bbi in strijd met het evenredigheidsbeginsel en met het gelijkheidsbeginsel.
Slotsom
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond. De bepaling van het Bbi waarin de verhoging is geregeld, is onverbindend en moet als gevolg daarvan buiten toepassing blijven. Voor dat geval is tussen de belanghebbende en de Staatssecretaris niet in geschil dat de belastingrente in dit geval moet worden berekend op basis van een percentage van 4.
Andere gevallen
Met het oog op de vele procedures waarin het percentage van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting eveneens ter discussie staat, heeft de Hoge Raad nog het volgende overwogen.
Voor andere gevallen heeft de onverbindendheid van de hier bedoelde bijzondere regel van het Bbi tot gevolg dat het voor de vennootschapsbelasting geldende percentage van de belastingrente moet worden bepaald met toepassing van de algemene regel van het Bbi naar het percentage dat ook geldt voor andere belastingen. Dat percentage is in beginsel gelijk aan de wettelijke rente die in het burgerlijk recht geldt voor betalingsverplichtingen op grond van andere dan handelsovereenkomsten (de normale wettelijke rente), met dien verstande dat het percentage ten minste 4 bedraagt. In de onderhavige jaren was dat percentage (ook) 4. Met deze vorm van rechtsherstel wordt een resultaat bereikt waarbij geen sprake is van een ongefundeerde selectieve lastenverzwaring. Dit belastingrentepercentage leidt in de jaren 2022 en 2023 ook niet tot een inbreuk op het evenredigheidsbeginsel. Hetzelfde geldt voor het met ingang van 1 januari 2024 in het Bbi daarvoor in de plaats getreden percentage van ten minste 4,5.
Ook in 2026 kan je weer gebruikmaken van de jaarlijkse schenkvrijstellingen. Tot welke bedragen kan je belastingvrij schenken? […]
Het einde van het jaar nadert. Tijd om de balans over 2025 op te maken en je voor […]
De box 3-heffing houdt de gemoederen alweer enige jaren bezig. De overheid lijkt maar niet met een passend […]
Soms komt een onderneming of een deel daarvan in zwaar weer terecht. Het kan dan noodzakelijk zijn om […]
Op 27 november 2025 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het merendeel van de wetsvoorstellen uit het Belastingplan […]
Op 11 juni 2025 oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat de herontwikkeling van een kantoorgebouw zó ingrijpend was, dat […]
Als je een woning erft of geschonken krijgt, wordt de waarde van de woning op dit moment berekend […]
Op 7 juli 2025 is het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR)’ ingediend bij de Tweede Kamer. […]
Hoewel het kabinet demissionair is, zullen op Prinsjesdag 2025 gewoon nieuwe wetswijzigingen worden voorgesteld. Er zijn op dit […]
Per 19 juli jl. is de Wet tegenbewijsregeling box 3 in werking getreden. Het kabinet brengt hiermee de […]
Wetsvoorstel aangeboden aan Tweede Kamer Op 19 mei 2025 heeft het kabinet het wetsvoorstel ‘Wet werkelijk rendement box […]
Het nieuws staat de laatste tijd vol met berichten over schijnzelfstandigheid en de handhaving door de Belastingdienst met […]
Als ondernemer heb je zo vaak mogelijk contact met klanten, leveranciers en andere zakenrelaties. Bij het onderhouden van […]
Wie een pand koopt, is daarover in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Bij woningen geldt wel onder voorwaarden een vrijstelling […]
Vlak voor de laatste jaarwisseling heeft de wetgever een duidelijke termijn voor het doen van een btw-suppletie ingevoerd. […]
Traditioneel feesten we in de maand december wat af. Sinterklaas is het land nog niet uit of de […]
Op 6 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een vijftal box 3 zaken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het huidige box 3-stelsel onvoldoende rekening houdt met het werkelijk rendement en dat de overheid deze omissie moet aanpassen.
Steeds vaker krijgen onze adviseurs de vraag of werkgevers hun werknemers, liefst op een fiscaal zo vriendelijk mogelijke manier, kunnen helpen bij de verduurzaming van bijvoorbeeld hun woning. Wat zijn de mogelijkheden en waar moet op worden gelet?
De belastingrentes zijn dit jaar opnieuw fors gestegen. Met ingang van 1 januari 2024 kent de vennootschapsbelasting een belastingrentepercentage van 10%.
In box 3 worden fictieve rendementen gebruikt om de belastinggrondslag te bepalen. Voor de categorie contanten, spaar- en banktegoeden, beleggingen en andere bezittingen, en schulden worden aparte rendementspercentages toegepast.
Er zijn voorstellen ingediend tot wijziging van de belasting- en invorderingsrente per 1 januari 2024. Doel hiervan is om de onderlinge verschillen tussen de diverse rentepercentages te verkleinen.
Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2023 de Miljoenennota 2024 en dus ook het Belastingplan 2024.
Het voorstel is om de zogenaamde samenloopvrijstelling zodanig te wijzigen dat in ieder geval heffing van overdrachtsbelasting plaatsvindt.
Enkele weken geleden heeft het kabinet de jaarlijkse Voorjaarsnota aangeboden aan de Tweede Kamer. Welke fiscale maatregelen die het kabinet voor ogen heeft vallen daarin op? De belangrijkste vatten wij onderstaand voor jou samen.
Jarenlang is de Belastingdienst uitgegaan van een forfaitair rendement van gemiddeld 4 procent voor belastingheffing in box 3. In deze box wordt inkomen uit vermogen belast rekening houdend met eventuele schulden.
Eind 2022 is het voorstel van de nieuwe heffingssystematiek door ons parlement aangenomen en met dit stelsel zullen we het, naar het op dit moment naar uitziet, tot 2026 moeten doen.
Het kabinet heeft na eerdere aankondigingen de willekeurige afschrijving geherintroduceerd. Op investeringen die zijn of worden gedaan in 2023 is onder voorwaarden willekeurige afschrijving tot 50% toegestaan.
Per 1 januari 2023 zijn de regels rondom het gebruikelijk loon van een directeur-grootaandeelhouder (hierna: DGA) gewijzigd. De veel toegepaste doelmatigheidsmarge van 75% is vervallen. Daarnaast is het minimum bedrag van € 48.000 verhoogd naar € 51.000.
In de praktijk bestaat al enige tijd discussie over het antwoord op de vraag of voorafgaand aan het moment van sloop fiscaal een zogenoemde sloopafwaardering van de boekwaarde naar de grondwaarde van het te slopen bedrijfsmiddel in aanmerking kan worden genomen.
Op Prinsjesdag 2022 is overbruggende wetgeving voor toepassing van box 3 voor de jaren 2023 tot en met 2025 aangekondigd. De overbruggende wetgeving betreft de zogenoemde forfaitaire spaarvariant.
Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2022 de Miljoenennota 2023 en dus ook het Belastingplan 2023.
De levering van een onroerende zaak, die al minstens twee jaar in gebruik is, is in beginsel vrijgesteld van omzetbelasting. Deze vrijgestelde levering heeft gevolgen voor de verkoper als de onroerende zaak zich nog in de herzieningsperiode bevindt.
Zonder gebruik van de Europese ‘One-Stop-Shop’ regeling (“OSS”) zijn buitenlandse btw-registraties met bijkomende buitenlandse btw aangifteverplichtingen noodzakelijk.
Per 2025 is vervolgens de invoering van ‘een nieuw, solide stelsel met belastingheffing op basis van werkelijk rendement’ beoogd. Wat betekent dit voor de vastgoedeigenaar?
Wil je weten waar je aan toe bent dan kun je altijd contact opnemen met je adviseur bij Hoek en Blok. Hij of zij kan je helpen met een berekening van je persoonlijke box 3 positie.
Vanaf 1 april 2022 is de coronamaatregel voor bijzonder uitstel van betaling voor belastingschulden geëindigd. Vanaf deze datum moet je als ondernemer weer voldoen aan alle nieuwe belastingbetalingsverplichtingen.
Met enige regelmaat ontstaat er tussen een belanghebbende en de belastingdienst discussie over het antwoord op de vraag of er na sloop nog sprake is van bebouwde grond dan wel een bouwterrein is ontstaan.
Heb jij in het verleden geen (massaal) bezwaar aangetekend tegen de box 3-heffing in jouw aanslag(en) inkomstenbelasting en ben jij door dit arrest van gedachten veranderd? Geef dit dan door aan jouw contactpersoon bij Hoek en Blok.
In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte-IV staat een aantal fiscale voornemens. Eén daarvan is de afschaffing van de zogenaamde ‘jubelton’. Wat is dat en kan je daar op anticiperen?
Vanwege de tariefsdifferentiatie in de overdrachtsbelasting is de toepassing van de zesmaandenregeling ook gewijzigd. Hoe gaat deze regeling in z’n werk?
De registratie van de doorlopende machtiging hebben we voor al onze klanten al bij de belastingdienst aangevraagd. Binnenkort ontvang je hierover van de belastingdienst een registratiebrief.
Wil je meer weten over de fiscale aspecten van de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon? Neem dan contact op met onze vastgoedspecialist Albert de Jager.
In deze Hoek en Blog-serie volgen we het wel en wee van Jeroen, relatiebeheerder bij Hoek en Blok.
In deze Hoek en Blog-serie volgen we het wel en wee van Jeroen, relatiebeheerder bij Hoek en Blok.
Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).
Heb je als particulier in 2020 zonnepanelen aangeschaft en de btw nog niet teruggevraagd? Dan moet je vóór 1 juli 2021 in actie komen. Doe je dat niet, dan loop je het risico de btw niet meer terug te krijgen van de Belastingdienst.
Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen.
De vastgoedspecialisten van Hoek en Blok vertellen graag meer over de diverse mogelijkheden.
Op 12 november 2020 publiceerde wij eerder al nieuws rondom de BIK. Hieronder een aanvulling.
Wil je meer informatie over deze Baangerelateerde investeringskorting dan kun je contact opnemen met één van onze adviseurs.
Meestal is het laatste belastingplan voor de verkiezingen niet zo spectaculair. Dit is echter niet het geval met het belastingplan 2021.
Zojuist heeft ons webinar Prinsjesdag live plaatsgevonden. Heeft u deze gemist of wilt u deze nogmaals bekijken? Dan kunt u hier het webinar terugkijken.