Lente Lente Lente
post_type: blogpost


Strategie en het familiebezit


Gepubliceerd op: 2 april 2019


U vraagt zich wellicht af wat strategie met het familievermogen te maken heeft . Ondernemers hebben in hun bedrijf vaak een duidelijke strategie en meerjarenplanning. Dit ontbreekt nogal eens als het gaat over de inrichting van het privévermogen. Zonde, want een strategie voor het familiebezit leidt niet alleen tot fi scale besparingen, maar zorgt ook vooral voor rust.

Het idee is dat de gewenste inrichting en verdeling wordt vastgelegd in een strategisch vermogensplan. Dit is geen ‘in beton gegoten’ document, maar vormt het kader voor beslissingen over het vermogen. Belangrijk is dat eerst  duidelijke doelen worden vastgesteld. Daarbij staat doorgaans de inkomensdoelstelling voorop. In de praktijk wordt wel als uitgangspunt gehanteerd dat maximaal twintigmaal het gewenste inkomen na ‘pensionering’ defensief wordt belegd in beursgenoteerde effecten. Een verdeling van het totale privévermogen kan zijn: de helft in effecten, 25 procent in vastgoed en het laatste kwart in overige investeringen, zoals aandelen in een (familie)bedrijf of vorderingen op de actieve generatie. Iedere situatie is verschillend.

Ondergrens
Door het hiervoor aangehaalde twintigvoudige als uitgangspunt te nemen voor het strategisch vermogensp lan wordt ook direct een ondergrens aangegeven aan de waardering voor de aandelen van het familiebedrijf, in het geval van een overdracht tussen generaties. Het heeft echter mijn voorkeur dat de ondernemer al tijdens de actieve periode vermogen buiten het familiebedrijf opbouwt door jaarlijks een deel van de bedrijfswinst uit te keren. Deze zogenoemde dividendpolitiek kan de vorm hebben van een jaarlijks vast bedrag, vergelijkbaar met een pensioenpremie, of een vast percentage van de winst. Ook kan binnen de familie een gewenste solvabiliteit worden afgesproken, waarbij het familiebedrijf het meerdere als dividend uitkeert.

Complexe afspraken
Een vast dividendbeleid heeft voordelen. Een belangrijk persoonlijk motief is dat op deze manier vermogen buiten de risicosfeer van de onderneming wordt opgebouwd. Daarnaast voorkomt het jaarlijks uitkeren van dividend dat vermogen vastzit in het familiebedrijf en moeizaam liquide te maken is bij een overdracht. De onderlinge afhankelijkheid van generaties wordt beperkt, wat naar mijn ervaring een bedrijfsopvolging makkelijker maakt. Er is dan namelijk geen noodzaak tot het maken van complexe afspraken over het inkomen van de uittredende generatie.

Vastgoed afsplitsen?
Van belang is ook om tijdig, voorafgaand aan een verkoop van het bedrijf of een bedrijfsopvolging na te denken over de plaats van het vastgoed binnen de groep. Als het bedrijfsvastgoed kort voor een verkoop of overdracht moet worden afgesplitst van het beleggingsvastgoed dat de overdrager wil behouden, kan dit leiden tot een claim van met name vennootschaps- en overdrachtsbelasting.

Schenken en terug lenen
Een stapsgewijze overheveling van het vermogen naar de volgende generatie kan veel belasting besparen. In een vorig nummer heb ik dat al eens aangegeven. Het is niet zo dat dan per definitie de grip verloren wordt op het geschonken vermogen. Het is mogelijk om te schenken en vervolgens weer terug te lenen (schenking onder schuldigerkenning). In dat geval is notariële vastlegging vereist. Ook bij andere vormen van schenking raden wij schriftelijke vastlegging aan. Bijvoorbeeld om bepaalde voorwaarden of clausules vast te leggen die de schenker aan de schenking verbindt (herroepelijk, ontbindende of opschortende voorwaarden) en misverstanden hierover te voorkomen. Maar ook als bewijs richting de Belastingdienst en voor de goede verstandhouding binnen de familie.